Basisprincipes

De beloningsgerichte methode stoelt op drie basisbegrippen: motivatie, bekrachtiging en beloning. Als je deze drie aspecten van de training op de juiste manier en moment toepast, is het trainen van een hond kinderspel.

1. Motivatie

Wij gebruiken ter motivatie zeer dikwijls voeding. Een speeltje doet het even goed. Belangrijk is dat wat je ook in de hand houdt als beloning, ook moet gegeven worden als beloning. Bvb: een stuk lever tonen en achteraf na een goede oefening een droog koekje geven lukt misschien wel de eerste keer, maar dit blijft niet werken in de toekomst. De hond gaat dit zeer snel doorhebben en niet meer voor beloning willen werken.

Dus: Beloon met wat je getoond hebt!

2. Bekrachting

Een mooi woord om maar te zeggen dat je moet supporteren voor je eigen hond. Als de hond een oefening uitvoert en hij doet dat goed, laat het hem dan ook weten! Zeg hem dat hij het goed doet. “Flink Bobby! Dat is een flinke jongen!” is bijvoorbeeld een goeie bekrachtiging. Mensen durven dat soms niet zo goed, omdat ze te geremd zijn om dit duidelijk te zeggen tegen de hond, vooral als er andere mensen in de buurt zijn. Nochtans is dit essentieel om een goed resultaat te bekomen.

Dus: Zeg het tegen de hond dat hij het goed doet!

3. Beloning

Zoals bij motivatie reeds uitgelegd: dat wat beloofd wordt, moet daadwerkelijk ook worden geven. Over beloning alleen al zijn er reeds vele onderzoeken geweest, en zijn er al verschillende boeken geschreven. Belangrijk om weten is: beloon enkel de goede uitvoering van de oefening. Beloon niet altijd voor een oefening die reeds gekend is door de hond. Beloon steeds onregelmatig en met steeds een andere beloning. Op deze wijze zal de hond steeds alert blijven want hij weet niet wanneer hij beloond gaat worden of met wat hij beloond gaat worden.

Dus: Beloon enkel het goede, en doe dit steeds onregelmatig en met andere beloningen!